Archive for June, 2007

Appendix

Wednesday, June 20th, 2007

  “Ze brachten het zwarte geld in zwarte koffers,

Gegenereerd uit slavenhandel van heidenen en zwarte Moren,

De dagen van het zitten op zwart zaad waren over,

Althans voor een kleine minderheid van de wereldbevolking.

Het zwarte schaap moest levend worden geofferd,

Onder het toeziend oog van een Europese Jezus Christus.

M’n zwartboek eist het zwart op wit hebben van m’n zwartgalligheid,

Het wil haar licht werpen; op m’n zwarte mismaakte werken,

M’n zwarte misplaatste rijden, in een zwart verlaten circuit.

Op de viering van slavernij elke vijf december,

En als je dat niet volgt, vraag het dan maar aan zwarte Piet.

Geïnstitutionaliseerde leugens, in vicieuze cirkels liegen we tot we zwart zien.

Of zwart kijken als we onszelf roemen om onze rijkdom,

Vergaard over de ruggen van zoveel zwarte lijken.

We telden mensen, maar schreven nummers op zwarte lijsten,

Onder bevel van het zwarte-markt-mechanisme.

De 21ste eeuwse –ismen, Europees masochisme in de breedste zin van de verbeelding.

Zwart; volgens het woordenboek rampspoedig,

Onvriendelijk, duister, slecht, onwettig en onzuiver.

Maar dit is geen black-out.

Want exploitatie is business.

De zwarte bladzijde uit de geschiedenis is WIT.”

 

"If you do not understand White Supremacy (Racism), what it is, and how it works everything else that you understand, will only confuse you" – Dr. Neely Fuller Jr.

Posted in Uncategorized | 26 Comments »

Kinderarbeid en slavernij in Amsterdam?

Monday, June 4th, 2007

Had ik het in een van mijn vorige columns nog over de ghetto youths van Suriname, nu zal ik het hebben over ghetto youths hier in Amsterdam. Althans ze komen niet echt uit Amsterdam en wonen er vaak maar tijdelijk.

 

Sinds mijn terugkomst uit Suriname is een bepaalde "nieuwe" groep mij namelijk opgevallen in Amsterdam. Ik zie steeds meer zigeuners in de stad. Het heeft voor een groot deel te maken met het toeristenseizoen. Maar sinds Bulgarije en Roemenië toegetreden zijn tot de E.U. trekken sowieso veel Roma’s en Roemenen naar West-Europa.

Ik als voorstander van de multiculturele samenleving, zie geen probleem in de komst van deze mensen. Maar op zich nemen ze wel hun eigen problemen mee.

 

Ik zit in metro 54 naar Gein. Vermoeid en geïrriteerd staar ik voor me uit zoals dat hoort in de metro. Op een bepaald moment overstemt iets mijn mp3speler. De accordeon klanken herken ik. Het trieste, mystieke geluid plaats ik direct als zigeuner muziek. Ik verwachtte twee kerels die waarschijnlijk wel de hele wagon langs zouden gaan om donaties te vragen voor hun metro entertainment.

 

Toen de muziek luider werd en dichterbij kwam, veranderde mijn beeld. Een meisje van nog geen 10 jaar oud speelde op een grote zware accordeon. In een hand had ze nog net ruimte voor een  plastic beker waar ze de giften van reizigers mee ophaalde. Ik heb niets gegeven.

 

Eigenlijk vooral omdat ik verbaasd was door de hele situatie. Voor me zaten twee jongens die samen reisden. “Ja er zijn maar weinig mensen die wat geven. Dat is toch zielig voor zo’n kind. Je kan het toch niet negeren.” Zoiets dergelijks zei de ene jongen tegen de andere. Terwijl hij zich goed voelde over zijn filantropische weldaad, schaamde ik mij diep.

 

Maar iets anders maakte mij meer kwaad. Hoe was het mogelijk dat een kind van 10 jaar alleen in Amsterdam gaat bedelen?  Dat kan toch niet in een land zoals Nederland? Terecht antwoordde mijn vriend Manu mij later op mijn vraagstuk: “Zou het überhaupt ergens anders in de wereld wel mogen?” Nee natuurlijk niet. Maar waar is de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg of welk kinderinstituut op zo’n moment? Zijn deze instanties wel in staat om deze kinderen te helpen? Of zijn deze instanties er alleen voor Nederlandse kinderen?

 

De beste handeling was geweest omdat kind direct naar het politie bureau te escorteren. Aan de ene kant zou ik nooit iemand naar het gerecht willen forceren. En aan de andere kant had ik gewoon niet het lef of de moed er voor.

 

Doet de regering überhaupt iets aan de situatie van deze kinderen? En wat voor of straffen kunnen opgelegd worden aan de ouders. En waarom zijn zij in staat hun kinderen te laten bedelen?

 

In januari dit jaar werden 6 Roemeense jongens opgepakt wegens zakkenrollerij. De jongens waren nog geen 12 jaar oud.¹ Ze werden beschreven als doorgewinterde boefjes. Ze doorzagen het systeem en antwoordde constant geen ouders te hebben. Daarnaast gaven ze dus aan tussen de 9 en 11 jaar te zijn. In de tussentijd kwamen verschillende mannen naar het bureau om de jongens op te halen, met het verhaal dat ze de oom waren van een van de jongens. Op deze manier konden de jongens en de mannen die erachter zaten niet gestraft worden. De jongens waren immers onder de 12 jaar en “op eigen kracht naar Amsterdam gekomen.” De jongens zijn in april naar Roemenië gebracht.  Daar zijn ze onder gebracht in een kinder tehuis.

 

Niemand kan mij vertellen dat jongens van 12 of jonger uit eigen wil mensen beroven. Volwassenen zijn hier naar mijn idee de echte schuldigen. Ik weet niet of de jongens en het accordeonmeisje wel ouders hadden. De ouders die in staat zijn hun kinderen te laten stelen of bedelen, zijn in mijn ogen onwaardige ouders. Of is de nood echt zó hoog dat  kinderen als dief of bedelaar hun bijdrage moeten leveren aan het familie-inkomen? Ik zal het nooit weten. De kans is natuurlijk ook groot dat het wees- of straatkinderen zijn. De mensen die de route naar Amsterdam voor hun hebben uitgestippeld; de masterminds die al dit soort kinderen hun plannetjes laten uitvoeren. Voor die mensen, waarbij het overleven in het leven bestaat uit het slaaf maken van kinderen, het indoctrineren van kinderen en het misbruiken van kinderen voor criminele praktijken. Ik kan ze alleen maar het hellevuur toewensen.

 

Informatie over de Roemeense zakkenrollertjes

¹   http://www.ad.nl/amsterdam/stad/article1269535.ece

http://www.telegraaf.nl/binnenland/article61747011.ece?cid=rss?zoomPage=6&px_feedsPage=5

Posted in samenleving | No Comments »

De Slachtofferrol

Monday, June 4th, 2007
De Slachtofferrol
 
Dit weekend was ik in discussie met mijn moeder. Mijn moeder vond dat ik in veel artikelen te veel de slachtofferrol heb genomen. Ik keer me volgens mijn moeder teveel af tegen het systeem en plaats mij zelf als slachtoffer van dat systeem. Natuurlijk ben ik een schrijver/ columnist die pas net begint, en zal ik me nog niet zo kunnen nuanceren als het zou moeten. Toch ben ik van mening dat ik slechts mijn ervaringen beschrijf en dat ik in deze beschrijvingen regelmatig echt het slachtoffer ben.
 
Als ik Ahmed en ik als slachtoffers bekijk van vooroordelen of racisme is er een duidelijk verschil. Ahmed is een Marokkaanse Nederlander. En er is anno 2007 gewoon weg veel aandacht voor mensen die Marokkaanse roots hebben. En zo’n 6 jaar na 11 september is er nog steeds de constante stress rondom Islam en moslims. Ik ben op een heel ander niveau slachtoffer van vooroordelen. Ik heb een Nederlandse naam, zo Hollands "alstmaarkan", en ik heb geen dubbele nationaliteit. Toch heb ik van jongs af aan al moeten kampen met nieuwsgierigheid van andere mensen. "Waar kom je vandaan?" was de vraag die ik vaak moest beantwoorden. Aan die nieuwsgierige mensen kan ik geen hekel hebben. Met bevooroordeelde mensen heb ik meer problemen.
 
Zo rond mijn 18de jaar was ik er klaar voor. Ik liet dreadlocks in mijn zachte steile Aziatische haar zetten. Reggaemuziek had me gegrepen, en ik wilde dat uiten. Nu, bijna 3 jaar later, durf ik te zeggen dat ik rasta ben geworden, met mijn eigen vrije interpretaties. Ik ben nu geestelijk niet in staat om mijn haar zomaar af te knippen. Mijn locks zijn mijn trots, mijn verbondenheid met mijn roots en mijn beleving van spiritualiteit. Toen ik net mijn locks had, las ik een berichtje op een Nederlands rasta forum waarin werd gesteld dat witte rasta’s ook dreads zouden moeten zetten. Het bekende nummer van Morgan Heritage – Don’t haffi dread to be rasta¹ geeft aan dat het Rastafarian zijn niet in je haar maar in je hart zit. Toch is het voor witte en gemixte mensen de mogelijkheid om te voelen hoe het is om bevooroordeeld te worden. Of zoals die man op het forum zei, hoe het voelt om gediscrimineerd te worden, op dezelfde manier zoals de “zwarte man” dat ervaart. Ik had er nooit bij stilgestaan dat ik het zo zou ervaren zoals ik dat nu doe.
 
Ik ben nu bijvoorbeeld op zoek naar een bijbaan naast mijn studie. Ik ben niet erg tevreden met mijn werk als callcenteragent. Het werk gaat moeilijk samen met mijn ethiek en gevoel voor moraal. Dit heeft niets met rasta zijn te maken, ik geloof dat er veel mensen daardoor callcenters hebben verlaten. Maar vind maar even een andere baan, wanneer je er zo uit ziet als ik. Omgangsvormen met andere mensen, het accent- en foutloos spreken van de Nederlandse taal, mijn VWO diploma en mijn bijna bachelor tellen blijkbaar niet mee. Bij het uitzendbureau werd me al duidelijk gemaakt dat ik er dus niet representatief uit zie. Ik kan mijn haar in een staart dragen, mijn snor en sik netjes trimmen, en een overhemd dragen. Toch hoort een man geen lang haar te hebben en al helemaal niet in geklitte lokken. Dat is nou eenmaal de norm.
 
Fouad Laroui(een bekende "Islamcriticus" aan de VU) gaf in een symposium over Islam aan dat religie een privé aangelegenheid zou moeten zijn.² Daarmee ben ik het helemaal eens. Ik ga niet langs de deuren om de woorden van Haile Selassie of de profetieën van Marcus Garvey te verkondigen. Ik dwing mensen niet tot het luisteren van reggae of het accepteren van Haile Selassie als de rechtmatige reïncarnatie van Jezus Christus. Ik houd het voor mezelf en uit het op mijn manier. Ik bezoek concerten, discussieer met vrienden over het leven en het leven erna. Ik geef kritiek op de maatschappij, waar ik zelf deel van uit maak. Ik werk, studeer en heb vrienden, kennissen en collega’s uit "every walk of life".
 
Ik draai dus mee in de maatschappij. Ik heb geen strafblad. Ik radicaliseer niet, want ik isoleer mijzelf niet. Ik kom overal waar ik wil komen. Soms voel ik me niet welkom en dat neem ik voor lief. Ik probeer altijd mijn positieve kant te laten zien, in de hoop dat ik positieve “vibes” ontvang. Verder ben ik niet bereid iets aan mij zelf te veranderen.
 
Ik wil gewoon mezelf zijn. "Het feit dat je haar nu in locks groeit, maakt je geen ander persoon. Je bent nog steeds Robert.", zei Aya een goede vriend. Mijn vrienden weten dat en mijn ouders eigenlijk ook wel. Veel andere mensen hebben hun oordeel al klaar wanneer ze mij zien. Verbaasd zijn ze wanneer ze mij horen spreken of te weten krijgen dat ik een universitaire studie doe.
 
Ik kan natuurlijk stoppen met al die ongein. Ik knip mijn dreads af, scheer mijn baard en ik neem een korte frisse coupe. Ik conformeer me aan de maatstaven die gelden voor een jonge studerende carrièremakende twintiger. Ik houd me aan die norm.

Maar waarom mag iemand (zoals ik) niet afwijken van de norm? Want wat houdt die norm precies in? Wie stelt deze norm op? Wie houdt zich aan de norm en wie niet? En wat zijn de consequenties wanneer je deze norm terzijde laat?
 
De afgelopen maanden zit ik flink met mezelf in de clinch. Waaraan kan ik mij conformeren en waaraan niet? Waaraan wil ik mij conformeren en waaraan niet? De droom van de rasta is simpel weg "vrij zijn". Dat is wat ik probeer na te leven. Vrij zijn van vooroordelen, vooroordelen die over mij geveld worden en vooroordelen die ik over anderen heb. Vrij zijn van normen regels die mij belemmeren in het zijn van wie ik ben en niemand anders kwaad kunnen doen. Op het moment lukt me dat niet. Maakt me dat niet slachtoffer van het systeem?
 
 
¹           Morgan Heritage – Don’t haffi dread.
            Don’t haffi dread to be Rasta
            This is not a dread lock thing
            Different conception of the Heart
 
²           Benali, Abdelkader (2007) URL: http://www.vublogs.nl/benali/2007/05/bij_een_vu_symp.html (1 juni 2007)
 
 

Posted in "Wie ben ik?" | 4 Comments »

N.I.M.B.Y.

Monday, June 4th, 2007

9 mei 2007, Lelystad. Na anderhalf jaar wachten is het zover. Huurcontract getekend en het huis is van mij. Het moet alleen wel bewoonbaar gemaakt worden, want het zag er niet uit. Het startschot gaven we op vrijdagavond. Lekker de nacht doorhalen, dacht ik. Er zijn beneden wat uitgaansgelegenheden wat op zich heel vredig en gezellig is, maar deze nacht was anders. We waren met zijn drieën aan het discussiëren over van alles tot we ineens lawaai hoorden buiten. Waren daar vier agenten, drie mannen en twee vrouwen ruzie aan het maken. Terwijl een van die dames wegloopt van de agenten rent een van hen er achter aan en geeft haar een trap die je Jean-Claude van Damme in zijn goede tijd niet zag geven. En van achter ook nog!

 

Lege ramen

 

Even later stonden we beneden om de betreffende agent ter verantwoording te roepen. Tot mijn verbazing zag ik echter geen van (al) mijn buren, niet een die minstens uit het raam kijkt wat er gebeurt in zijn eigen straat. Alsof het jouw straat niet is, je woont alleen daarboven en verder heb je met niemand te maken. Het is verontrustend om te weten dat je niet op je buren kunt rekenen wanneer er zich een conflict voordoet en dat gevoel werd versterkt door het eerste gesprek met mijn buurman. Ik vertelde hem wat er gebeurd was waarop hij antwoordde: “dat is de overkant”. Ik ben in een straat gaan wonen waar het men niet deert wanneer er iets gebeurt buiten de grenzen van hun appartement. Waar ben ik beland?

 

Iedereen op het pleintje is constant vrolijk en natuurlijk gebeurt er eens in de zoveel tijd iets. Dat is het leven. Maar als er iets gebeurt, dan moet de straat wel bereid zijn een front te vormen. Daarmee voorkom je veel problemen en los je die (indien zij zich voordoen) sneller en effectiever op. Wat (dankzij de mobiliteit van vandaag) snel vergeten wordt is dat de primaire leefomgeving die plek is waar je ’s ochtends op staat en ’s avonds naar terugkeert. Het is je huis en daarmee je straat. De werkplek is in een omgeving waar je (bijna) niemand kent, school, de winkelstraat, de bus, de trein, de metro. Het zijn plekken waar je niemand kent en niemand zal leren kennen. Het zijn dan ook niet de plekken waar je leeft. We vertoeven de grootste gedeelten van onze dagen op plekken waar we niet leven, al zeggen we dat het ons gebied is. Onze stad. Waar woon je wordt vaak beantwoord met slechts de naam van een stad, niet een straat of een buurt, tenzij de vrager daarom vraagt. Het gevoel dat de straat waar je woont van jou is zie ik niet om mij heen. Ik zie mensen die (slechts) in een huis wonen en naar buiten gaan om te werken of iets te doen wat uiteindelijk ten goede komt voor iets of iemand ín het huis. Waar is de straat gebleven?

 

Dead Man Town

 

Om een werkelijk gevoel van veiligheid te creëren moet (bovenal) de primaire leefomgeving een prettige zijn. Een waarvan je zegt: hier ben ik graag. Ik ken mijn buren en zie hen veel. Op hen kan ik rekenen. Dat zijn de ware ingrediënten tot een veilige straat. Een straat waarin de buurman geen vreemde is en daardoor de vreemde geen probleem kan zijn. Burenrelaties zijn niet overal even goed, soms bizar dramatisch te noemen. Men kent elkaar niet eens bij naam en groeten slechts bij ontmoeting (lees: langs elkaar lopen) in de hal. Als de buurman bevroren binnen blijft en van een afstand toekijkt, dan is de vreemde zeker een bedreiging. Misschien (iets) minder als hij weet te ontdooien en 112 belt. Maar goed, tegen de tijd dat de politie op komt dagen kan het al te laat zijn. Daarnaast, de manier waarop ik de politie zaken heb zie afhandelen maakt mij ook op de hoede voor hen. Waar zij niet nodig zijn, hoeven zij niet betrokken worden. Een dergelijke situatie kan en moet opgelost worden door de mensen van de straat zelf. Bij afhandeling van het probleem kan de politie de mensen meenemen die voor vervolging in aanmerking komen.

 

Je buurman is de eerste die voor je hoort op te komen en zo zou jij degene moeten zijn die als eerst aanbelt en jezelf voorstelt (niet zeggend dat dit nergens voorkomt, gelukkig wel). Wat een verschil in de relatie levert dat wel niet op? Een dergelijk gebaar kan alleen warm onthaald worden, want zo is de mens als het oprechte en directe barmhartigheid ontvangt daar waar ze het nooit zal verwachten. Het is geen kwestie van of het zal gebeuren, maar dat je het laat gebeuren. Maak dat gebaar en je relatie met je buurman kan beter worden dan met menigeen.

 

Islam en de Buurman

 

Aïcha worstelde met de vraag aan welke van haar twee buren zij een cadeau moest geven waarop de profeet Mohammad antwoordde: “wiens deur het dichtst bij die van jou is.” Om maar aan te geven hoe belangrijk de buurman wordt geacht in Islam. Ook is er een overlevering waarin de profeet zegt dat een gelovige niet diegene is die zijn buik vol eet als zijn buurman honger heeft. Dit zeggende dat je hoort te weten wat er omgaat in het leven van je buurman en dat je daarom geeft en helpt als het nodig is (en jij daartoe in staat bent). De profeet leerde ons niks te klein te achtten om aan onze buren te geven.

 

Je hoort je buren ook aan je familie voor te stellen en hen als (zijnde) familie te beschouwen. Ook als je bijvoorbeeld een feest geeft of een etentje, een huwelijk, het maakt niet uit. Voor je iemand uitnodigt, vrienden of familie, je nodigt eerst je buren uit. Warmte en vriendelijkheid tegenover de buurman kan de relatie alleen maar goed doen. Ik heb mij eens laten vertellen dat de profeet een nare en akelige buurman had. Maakte altijd lawaai, zorgde voor onrust en maakte veel stuk. Op een gegeven moment merkte de profeet dat het al een tijdje rustig was en dat hij niks van zijn buurman had vernomen. Ervan uitgaande dat er wel iets aan de hand is klopte de profeet met al zijn barmhartigheid aan en trof hem ziek aan. De man was verdwaasd door de goedheid van zijn buurman na alles wat hij hem heeft aangedaan. De profeet heeft zelfs gezegd dat de engel Djibreel (Gabriël) hem zo bleef aanmanen zijn buren goed te behandelen dat hij het idee kreeg dat zijn buren van hem zouden kunnen erven.

 

Om terug te komen op waar we begonnen zijn, het is de primaire leefomgeving die je aandacht nodig heeft om jou veilig te laten voelen. Het is de relatie met je buren die de straat een kleur geven. Jou een gezicht opdat je herkent wordt. Zodat je je geen zorgen hoeft te maken. En als er zorgen zijn dan worden ze gedeeld door allen. En een klein beetje wiskundige kan wel uitrekenen dat als gewicht verdeeld wordt, dat de individuele lasten afnemen naarmate het aantal individuen toeneemt. Jij maakt je straat tot wat het is.

 

N.B. De profeet Mohammad heeft gezegd dat een buurman niet alleen degene is wiens deur naast die van jou is, maar dat dit tot zeven deuren ver strekt (naar alle kanten). Deze buren tot een straat makend. Zo ook wanneer ik over de buurman spreek, bedoel ik de buren in de straat.

Posted in samenleving | 2 Comments »

  • Laatste 5 Posts

    • Stem voor = stem tegen
    • Speak Easy @ Siberie
    • Google it!
    • De druppel die de emmer doet over lopen…
    • Beste Kees
  • Straatpolitiek

    • De Straatpolitici
    • Introductie
  • Archieven

    • July 2010
    • June 2010
    • February 2010
    • January 2010
    • September 2009
    • July 2009
    • June 2009
    • December 2008
    • November 2008
    • August 2008
    • July 2008
    • June 2008
    • May 2008
    • April 2008
    • March 2008
    • February 2008
    • January 2008
    • December 2007
    • November 2007
    • September 2007
    • August 2007
    • July 2007
    • June 2007
    • May 2007
    • April 2007
    • March 2007
    • February 2007
  • Categorieën

    • "Wie ben ik?" (7)
    • de Overheid (9)
    • Internationale Kwesties (3)
    • Islam (2)
    • media (4)
    • Multiculturaliteit (5)
    • Normen&Waarden? (5)
    • Palestina (3)
    • Podcasts (1)
    • Publicaties (2)
    • Reasoning (1)
    • Religie (1)
    • ReXZion (3)
    • samenleving (8)
    • Sekse (1)
    • Straatpolitiek over de Grens (2)
    • Uncategorized (15)
    • Werk en Inkomen (1)

Straatpolitiek RSS Feed


Straatpolitiek.nl wordt geholpen door MIBATI || Login